Dampremmende lagen

Een dampremmende laag is een laag (meestal folie of bitumineus) die, mits van het juiste type en goed aangebracht, voorkomt dat er vochtproblemen in de dakbedekkingsconstructie ontstaan.

Wat is de functie?

  • Dampdichte laag, de meest essentiële functie van een dampremmende laag is die van het beperken van het damptransport vanuit de binnenruimte door de geïsoleerde dakbedekkingsconstructie. Daarmee wordt voorkomen dat er een te grote hoeveelheid condensatie in de isolatie optreedt en vochtproblemen worden voorkomen. Deze problemen kunnen bestaan uit o.a. vochtige isolatie, met als gevolg een lagere isolatiewaarde en, door het zacht worden van de isolatie, problemen met de beloopbaarheid.
  • Winddichte laag, de winddichtheid zorgt voor het beperken van het vervormen (opbolling) van de dakbedekkingssysteem.
  • Luchtdichte laag, de luchtdichtheid zorgt voor het beperken van warmteverlies door luchtstroming.
  • Reukdichte laag , de reukdichtheid zorgt voor het beperken van overlast van geuren van oplosmiddelen, kleefmiddelen, dakbedekking e.d., die bij onderdruk en hoge temperaturen in de binnenruimte voor overlast kunnen zorgen.
  • Noodlaag, bij toepassing van (zelfklevende) bitumineuze dampremmende laag e.d. die gebruikt kan worden als tijdelijke noodlaag bij nieuwbouw of na sloopwerkzaamheden bij renovatie. Eventuele beschadigingen moeten nadien gerepareerd worden.


Welk type toe te passen?
Het type dampremmende laag is afhankelijk van de binnenklimaat condities (binnentemperatuur en relatieve vochtigheid) en de dakbedekkingsconstructie (type ondergrond, dampremmende laag, isolatie en dakbedekking).
In het algemeen kan worden gesteld, hoe hoger de binnenklimaat condities en dampdichtheid van de dakbedekking, hoe zwaarder de dampremmende laag dient te zijn. Met een bouwfysische berekening kan het geheel worden berekend, die wij voor u geheel kostenloos kunnen uitvoeren.

Hoe aan te brengen?
De dampremmende functie van een laag is zo sterk als haar zwakste schakel. Overlappen van de folie dienen met de daarvoor voorgeschreven afdichtingsband te worden gekleefd, overlappen van een (zelfklevende) bitumineuze laag dienen te worden gelast / gebrand. Ter plaatse van aansluitingen bij o.a. opstanden de dampremmende laag aansluiten met de voorgeschreven afdichtingsband of een aparte (zelfklevende) strook toepassen. 

De dampremmende laag kan alleen goed functioneren, indien aan de volgende punten wordt voldaan: 

  • Alle overlapverbindingen moeten zijn gekleefd. 
  • Alle opstandstroken bij dakranden en opstanden tot ca. 50 mm boven de nog aan te brengen isolatieplaten opzetten, bij toepassing van een folie heeft toepassing van afzetstroken conform Vebidak detail de voorkeur.
  • Alle doorvoeren, zoals o.a. ontluchtingen en hemelwaterafvoeren moeten met aparte stroken, manchetten of aparte plakplaat worden ingewerkt. 

Meer informatie volgt.